Toen Semarang in Augustus 1946 onder vuur kwam te liggen,
verleende de Marine ondersteuning aan het Leger. Dit werd eerst gegeven door
Hr.Ms.Abraham Crijnssen, wat patrouilleerde langs de noord kust van Java. Maar
het was niet geschikt voor deze taak aangezien het alleen een enkel 7,5 geweer
had. Kolonel D.R.A. van Langen, de bevelhebber van de Tijgerbrigade vroeg de
marine om meer hulp nadat de Tijgerbrigade een aanval had gedaan in zuid
oostelijke richting op 7 Augustus 1946 en op een sterke vijand stuitte. Om aan
zijn verzoek te voldoen werd de Hr.Ms.van Kinsbergen, die
in Soerabaja was, naar Semarang gestuurd, waar het in de morgen van de 8e
Augustus 1946 arriveerde om ondersteuning te verlenen. De scheepsbevelhebber
Kapitein Luitenant ter Zee (KLTZ) Nuboer, zijn artillerie- en
communicatieofficier gingen aan wal om met Luitenant ter Zee 1e kl.
J.B.J.M. Maas ( bevelhebbend Marine officier Semarang) en Kolonel de Langen om
details te bespreken. In dit overleg werden zij het eens dat de Hr.Ms. van Kinsbergen
een vuurleidingsofficier aan wal zou komen om
de doelen te observeren en het vuren zou dirigeren. Het leger zou voor een jeep
en een verbindingsteam voor de communicatie
zorgen.
Gedurende de dag gaf Hr.Ms. Van Kinsbergen
ondersteuningsvuur op vijandelijke troepenconcentraties. Er kwam een keer een
verzoek om een kampong te beschieten dat 21 kilometer landinwaarts lag. Om dat te kunnen beschieten had KLTAZ Nuboer de Hr.Ms. van
Kinsbergen naar een andere ankerplaats verlegd om zoveel mogelijk vuur te geven
op het gevraagde doel, maar de granaten vielen 600 meter voor het doel. Toch was
het leger blij deze ondersteuning want de granaten waren op een voor het leger nog
onbekend vijandelijk hoofdkwartier en batterij terechtgekomen.
Op 10 Augustus 1946
arriveerde de Hr.Ms. Banckert om de Hr.Ms. van Kinsbergen af te lossen die moest
terugkeren naar Soerabaja voor handhaving, omdat de inlichtingen geďnformeerd
was over een mogelijke aanval in de nacht.
Kolonel D.R.A. van Langen vroeg Schout bij nacht A.S. Pinke nog
een schip ter ondersteuning. Daarom verplichtte Schout bij nacht A.S. Pinke de
Ms van Kinsbergen op positie te blijven tot de Kortenaer arriveerde.
Er
was een open overeenkomst dat Hr.Ms. Branckert het oosten van Semarang zou
ondersteunen, terwijl Hr.Ms. van Kinsbergen het westelijk deel van Semarang zou
ondersteunen. Het leger wilde vuur leggen op Goenoeng Kebo, een heuvel vanwaar
de Indonesische artillerie de Nederlandse stellingen onder vuur nam en op drie
kampongs zuid oost van Semarang waarin een grote concentratie vijanden lagen
Om 17.14 uur werd het vuur geopend op Goenoeng Kebo.
Aangezien de weersomstandigheden goed waren was het doel makkelijk te zien. Na
negen salvo’s was hier de vijand uitgeschakeld. De artillerie verkenner
verplaatste daarna het vuur
naar de kampong achter Goenoeng Kebo en na tien salvo’s brandde de kampong en
vluchtte de vijand.
Tussen 17.55 uur en 18.30 uur vroeg het leger om
vuuropdrachten op twee kampongs, een lag dertien kilometer landinwaarts.
Gedurende de dag werden er 152 12cm granaten afgevuurd en in de nacht waren
er geen vijandelijke aanvallen op Semarang.
Om 6.45 uur werd het
vuur geopend op een vijandelijke artillerie stelling en na tien salvo’s werd
het doel vernietigd. Om 8.45 uur kwam een nieuwe vuuropdracht
Er werd met een machinegeweer geschoten vanuit een kamponghuis, maar na
acht schoten stopte de verkenner het vuren. Om 9.15 uur werd de Hr.Ms. Van
Kinsbergen gevraagd te vuren op een vijandelijke batterij op een afstand van 16
kilometer. Er werden hier
zeven salvo’s afgevuurd. Kort hierna arriveerde de Hr.Ms. Kortenaer op
positie en nam het over van de Hr.Ms. Van Kinsbergen
dat vertrok naar Soerabaja.
Tussen 11 en 18
Augustus gebruikte Hr.Ms. Banckert 400 granaten op zeven vuuropdrachten op
vijandelijke concentraties. Terwijl de Hr.Ms Kortenaer 110 granaten gebruikte
voor twee vuuropdrachten.
Het vergde veel van de
marine om voortdurend twee
artillerieschepen paraat te houden
bij Semarang. Vandaar dat Schout bij nacht, A.S. Pinke de Hr.Ms. Piet Hein en
Hr.Ms. van Galen naar Semarang beval om de destroyers daar af te lossen.
Gelukkig werd de druk na 18 Augustus 1946 minder en kon met een destroyer paraat
worden volstaan. Dit was vooral om het moreel van de troepen hoog te houden.
Maar toch had leger rust nodig na twee weken gevechten te hebben geleverd.
De marine maakte van deze gelegenheid gebruik om met een volledige divisie van vier destroyers op 18 en 19 augustus 1946 oefeningen te houden. Een gelegenheid die zich maar zelden voordeed. Hiervoor voeren zij langs de oostkust van Java en lieten de vijand een staaltje van krijgsmacht zien. Na deze oefening bleef de Hr.Ms. Piet Hein gestationeerd bij Semarang, de andere destroyers keerden terug naar het patrouilleren om de hele archipel. Eind Augustus had de Tijgerbrigade de situatie weer onder controle.